De graspieper is een enigszins saai gekleurde weidevogel die vaak te
vinden is op een paaltje of afrastering. Hoofdzakelijk grijsbruin,
groenbruin of olijfkleurig, donker gevlekt en gestreept op boven- en
onderdelen. Borst met geelbruine zweem, borst en flanken zwaar gevlekt,
buik vuilwit. Wenkbrauwstreep, mondstreep en keel vuilwit, smalle
donkere baardstreep. Twee wittige vleugelstrepen. Staart donker met
witte buitenste staartpennen. Geslachten gelijk. In broedseizoen in
paren, buiten broedseizoen meestal in kleine of grotere groepen.
Graspiepers hebben een voorkeur voor kruidenrijke gebieden, omdat hier
een grote verscheidenheid aan voedsel (insecten) beschikbaar is.
Nederlandse Graspiepers trekken in zuidelijke richting en overwinteren
in Spanje, Portugal en Marokko. Voor hun vertrek zwerven ze rond in de
buurt van de broedgebieden. De Graspieper staat op de Rode Lijst en is
gevoelig voor vermesting en vroeg maaien.



