Kievit (Vanellus vanellus)


Karakteristieke vogel van agrarisch gebied. Een forse, metaalgroene en zwart-witte plevierachtige, met lange kuif en brede zwarte borstband, contrasterend met witte onderdelen. Kenmerkend zijn de brede vleugels en de relatief langzame, flappende vlucht. Staart wit met brede zwarte eindband; onderstaartdekveren rossig-beige.

De lucht kan er op mooie dagen in het voorjaar van vervuld zijn: 'Tjoewiet', de kreet van de kievit die zijn eigen naam roept. De spectaculaire buitelende capriolen, het elegante pak en de kuif verschaffen de kievit een gracieus voorkomen. Kieviten zijn vooral gebonden aan vochtige graslanden met een korte grazige vegetatie. Ook op maïspercelen die tussen graslanden zijn gelegen kunnen hoge dichtheden broeden. Kieviten eten allerlei insecten, regenwormen, spinnen en slakken. Bij gevaar veinst een kievit een gebroken vleugel en probeert zo een naderende wezel, vos of hermelijn weg te lokken bij het nest. De kievit is een zeer talrijke broedvogel, een zeer talrijke doortrekker en bovendien overwintert hij in zeer groot aantal. Er is wel sprake van een dalende tendens.