De Kleine Plevier doet zijn
naam eer aan.
Het is onze kleinste plevier, al is de Strandplevier
niet veel groter. Kenmerkend voor de Kleine Plevier zijn
de gele oogringen en in de vlucht het ontbreken van
een witte vleugelstreep die de Bontbekplevier en de Strandplevier
wel hebben. De Kleine Plevier vindt men in tegenstelling tot de beide andere
plevieren zelden in het zoute milieu en heeft een voorkeur voor een tijdelijke,
kunstmatige habitat
en vindt die in Nederland in baggerdepots,
afgravingen
en op bouwrijp gemaakte
terreinen, vaak
verrassend dicht bij
menselijke activiteiten.
Gelukkig stelt de Kleine Plevier als
echte pioniervogel zich vaak
tevreden met tijdelijk
beschikbare, vaak
kleinschalige terreintjes.
Nieuw ontstane geschikte biotopen kunnen
plotseling worden gekoloniseerd om vervolgens weer massaal
te worden verlaten zodra
de biotoop zich wijzigt. De Kleine Plevier is
een vrij schaarse
broedvogel, die nogal fluctueert in aantallen.
