Kuifeend (Aythya fuligula)

Met hun zwart-witte verenpak en nonchalante kuifje zijn de mannetjes van de kuifeend onmiskenbaar. In tegenstelling tot de wilde eend duiken kuifeenden naar hun voedsel, net als veel andere familieleden van de kuifeend. Het gele oog valt op wanneer u de gelegenheid hebt om een kuifeend van dichtbij te bekijken. Dat laten deze eenden niet graag toe; ze zijn van nature vrij schuw. Het zijn vooral de diepere wateren waarop kuifeenden ronddobberen. Toch moet er nog wel enig licht doordringen tot op de bodem. Kuifeenden eten graag waterdieren welke tussen de waterplanten leven. Ook de planten zelf worden wel gegeten.
De kuifeend is de afgelopen 30 jaar enorm in aantal toegenomen. Broedden er in Nederland in 1950 nog maar enkele tientallen paren, op het ogenblik kan het aantal op 7500 à 11000 worden geschat. Zelfs in allerlei vijvers in parken is het een algemeen voorkomend dier, dat met de Wilde Eend om het brood van de wandelaars wedijvert. De oorzaak hiervan is mogelijk het grote aanpassingsvermogen van de kuifeend aan de veranderde milieuomstandigheden, met name in verkavelde gebieden. Als andere oorzaak wordt de snelle verspreiding van de driehoeksmossel genoemd. Een feit is echter, dat de kuifeend ook als broedvogel toeneemt in gebieden waar dit mosseltje, dat overigens in de winter een belangrijk onderdeel van zijn voedsel vormt, in het geheel niet voorkomt.