Kwartelkoning

Typische ralachtige, met rank postuur en lange nek. Rug en bovendelen vallen op door warmbruine kleur en zwarte strepen. Buik, borst en hals zijn blauwgrijs (meestal intensiever gekleurd bij mannetjes). Opvallend lange poten, die vogels laten hangen bij opvliegen uit vegetatie. Kuikens hebben de eerste weken een opvallend zwart donskleed. De Kwartelkoning arriveert vanaf half april en vertrekt weer eind augustus of september. De soort vliegt goed en steekt de Sahara in één lange vlucht over. De winter brengen ze door in Zuidelijk Afrika, ver voorbij de evenaar, in een gebied dat ongeveer samenvalt met de Grote Afrikaanse Slenk ten zuiden van het Victoriameer. 

De Kwartelkoning is vooral een broedvogel van hooilanden. De grootscheepse veranderingen op het platteland hebben een fnuikende invloed gehad op de soort, die in een rap tempo als broedvogel aan het verdwijnen is. In Nederland broedden aan het begin van de eeuw nog ten minste enkele duizenden paren. Met het verdwijnen en verdrogen van vochtige graslanden, de teloorgang van de teelt van klaver en luzerne en de komst van insecticiden verdween zowel het broedbiotoop als de voedselbron van de soort. Op hooi- en akkerland speelt het uitmaaien van jongen daarnaast een belangrijke negatieve rol. De gevolgen van dit alles bleven niet uit: Het aantal broedparen slonk, van 500-1000 begin jaren zestig tot 70-90 in 1992.