Nijlgans

Iets groter dan Casarca. Kan hiermee van op grote afstand verward worden, vooral in vlucht: beide zijn lichtbruin met groot wit vleugelveld. Donkere vlek rond oog en vale rozerode snavel met donkere rand. Lange dof rozerode poten. Donkerbruine borstvlek met sterke individuele variaties. Nijlganzen broeden in weidegebieden met veel sloten en andere waterrijke gebieden, vaak in de nabijheid van steden en dorpen, maar ook wel in stadsparken en zelfs op gebouwen langs het water. Nijlganzen eten voornamelijk gras en kruiden.

Nijlganzen komen oorspronkelijk uit Egypte (langs de Nijl), en Afrika ten zuiden van de Sahara. Toch weten ze zich hier uitstekend te handhaven. De aantallen nemen nog altijd sterk toe; elk jaar produceert ieder paar gemiddeld 4,3 nieuwe Nijlganzen. Enkele vanaf 1967 ontsnapte of uitgezette Nijlganzen zijn de aanstichters van een enorm snel toenemende populatie. Nog altijd lijkt de toename niet af te remmen. De verspreiding en uitbreiding van de nijlgans zijn erg goed gedocumenteerd; een toename van 11% per jaar werd genoteerd in West- en Midden-Nederland. In het noorden van het land werd zelfs een toename van 16% per jaar geconstateerd. Strenge Nederlandse elfstedentocht-winters hebben een negatief effect op deze snelle vermeerderaar. De verwachting is dan ook dat de komende decennia de toename in Nederland langzaam tot een halt zal gaan komen.