Zoals alle
sterns is ook de visdief een slanke vogel met een sierlijke vlucht. De
visdief valt op door de lange, maar zeer smalle vleugels en de gevorkte
staart. De vogel is moeilijk te onderscheiden van de nauw verwante
noordse stern. De snavel van de visdief heeft in
tegenstelling tot de snavel van de noordse stern een zwarte punt. Als
de vogels de
vleugels opgevouwen hebben, dan steken bij de visdief de punten
van de vleugels tot voorbij de staartpunten, terwijl bij de
noordse stern de staartpunten verder reiken. De
Visdief broedt op zand- en schelpenstranden, zandplaten en op
kunstmatige eilandjes in het IJsselmeer. Hij foerageert vaker dan
andere sterns in het binnenland, in sloten, kanalen en meren, en minder
aan de kust. Voedselgebrek is in
sommige broedseizoenen een belangrijke bedreiging voor Visdieven
waardoor in sommige jaren weinig of geen jongen worden grootgebracht.





