De zomertaling is één van de minst talrijke eenden onder de weidevogels.
In vlucht heeft het mannetje een blauwgrijze voorvleugel en een witte
buik. Het vrouwtje is zoals bij veel eendensoorten moeilijker te
onderscheiden. Zij heeft wat grijzere vleugels dan het vrouwtje van de
wintertaling en mist haar groene spiegel. De soort heeft een voorkeur
voor vochtige tot drassige schrale graslanden met voldoende ondiepe
sloten en een rijke oevervegetatie. Het voedsel kan zowel plantaardig
of dierlijk zijn en wordt in het water gezocht. De zomertaling is de
enige eend die in de winter in Afrika doorbrengt en in Noord-Europa
broedt. De tijd dat de zomertaling een kenmerkende soort was van de
laaggelegen graslanden, ligt nog niet ver achter ons. Tot in de jaren
zestig kwamen er ten minste enige duizenden paren tot broeden. Eind
jaren zeventig waren minder dan 2000 paren over, ze hebben ernstig te
lijden van de verlaging van het grondwaterpeil en verschraling van de
graslandvegetatie.





